Een pup in huis? Aan de slag!

Een pup is vertederend, enthousiast en vooral heel energiek. Maar als een pup groot wordt, is dat onstuimige gedrag ineens niet meer zo schattig. Daarom is het zo belangrijk om vanaf het allereerste moment een goede basis te leggen voor een goede relatie.

Wat komt er allemaal bij kijken met een puppy in huis?

De eerste zeven weken van zijn leven brengt een pup bij zijn moeder door. Zij zorgt voor de primaire opvoeding. In de weken daarna begint het echte werk. Een pup moet leren omgaan met nieuwe mensen, dieren en situaties. Dit noemen we de socialisatieperiode. Deze eerste periode duurt van zeven tot veertien weken. In deze weken leert een pup om te gaan met allerlei prikkels. De fokker of de medewerkers van het asiel beginnen hiermee, daarna is het aan jou als eigenaar om je hond wereldwijs te maken. De volledige socialisatieperiode duurt tot
ongeveer zes maanden, afhankelijk van het soort hond. Daarna breekt de puberteit aan, opnieuw een intensieve tijd. Je bent dus nog wel even bezig met opvoeden.

Hier alvast de 7 belangrijkste dingen op een rij:

Tip 1: Spelen

In hun ontdekkingsdrift nemen puppies alles in hun bek en kauwen ze al gauw schoenen, stoelpoten of de afstandsbediening kapot. Pak af waar ze niet aan mogen zitten, zeg daarbij ‘nee’ en geef hem in plaats daarvan z’n eigen speeltje of een bot.

Tip 2: Entingen

Alle pups hebben in hun eerste levensjaar drie entingen nodig. De eerste krijgen ze met 6 weken; de 2de met 9 weken en de 3de enting met 12 à 13 weken. Daarna moeten de entingen herhaald worden. Informeer hierover bij je dierenarts.

Tip 3: Ontwormen en ontvlooien

Al onze pups zijn ontwormd en ontvlooid. Maar die procedure moet je - afhankelijk van de leeftijd van je hond - nog wel regelmatig herhalen. Ook die informatie kun je bij de dierenarts krijgen.

Tip 4: Zindelijk worden

Een pup leert van zijn moeder al van kleins af aan dat hij z’n eigen nest niet mag bevuilen. Maar dat nest is natuurlijk een klein oppervlak vergeleken bij jouw woning. Als je pup bij je thuis komt, zal hij dus eerst moeten leren dat je hele huis tot het “eigen nest” behoort en dat hij dus alleen buiten mag poepen en plassen. Hierbij heeft hij je hulp nodig. In het algemeen geldt dat een pup zowel overdag als ’s nachts elke 2 uur naar buiten moet om te plassen of poepen.

Tips voor het zindelijk maken van je pup:

  1. Laat je pup na elke maaltijd even naar buiten om te plassen of poepen

  2. Dat geldt ook voor elke keer dat de pup wakker wordt

  3. En ook na het spelen of tijdens het spel zal hij even naar buiten moeten om te plassen of poepen

  4. Als er geen ongelukjes gebeuren, kun je de tijd tussen de plasmomenten langzaam opvoeren. Eerst naar 2,5 uur, dan naar 3 uur etc. Zodra er toch nog ongelukjes zijn, zul je de tijd weer moeten verkleinen naar elke 2 uur.

 

Hoe ga je te werk? 

  1. Kies een boom of een stukje gras dicht bij je voordeur.

  2. Blijf daar staan, negeer je hond. Soms kan het even duren voor hij daadwerkelijk plast/poept.

  3. Beloon je pup rustig na het doen van een plas of poep. Je kunt op die speciale plek zijn eigen urine (op keukenpapier) of een klein beetje van zijn eigen ontlasting neerleggen (de geur wekt namelijk de aandrang op).

 

Wat te doen bij een ongelukje?

Mocht je pup tijdens of na de zindelijkheidstraining toch een ongelukje hebben, straf de pup dan niet. Als je het ziet gebeuren, pak de pup dan rustig op met twee handen, en breng hem naar zijn plasplaatsje. Door het optillen zal hij stoppen met plassen of poepen. Als je pup daarna buiten op de aangewezen plek door gaat, mag je hem gerust belonen. Mocht je pas achteraf wat urine of ontlasting vinden, maak de plek dan schoon met groene zeep of schoonmaakazijn. Bedenk hoe lang het geleden is sinds de pup voor het laatst naar buiten is geweest en pas je schema aan. Schenk voldoende tijd en aandacht aan de zindelijkheidstraining, anders is het voor je pup moeilijk om zindelijk te worden en zal hij in huis blijven plassen.

Tip 5: Benchtraining

Een zogenaamde bench(kamerkennel) is een hulpmiddel om een pup zindelijk te maken, maar hij kan ook goed gebruikt worden om hem rustig te laten worden of om hem te leren om overdag en ’s nachts alleen te blijven. Daarnaast is het een veilige plek als er bijvoorbeeld veel bezoek is. Een bench is vooral ’s nachts aan te raden omdat de pup dan niet stiekem uit zijn mandje kan kruipen om ergens in huis te plassen.

Tips voor benchtraining met je pup: 

  1. Het moet voor je pup leuk voelen om in de bench te zitten. Zet hem er dus nooit in als je boos bent of als straf.

  2. De bench is altijd veilig; hier krijgt hij in eerste instantie al zijn lekkers, koekjes, knaagbotten etc.

  3. Hij mag er zelf in en uit lopen, maar als jij hem in de bench hebt gezet, bepaalt jij ook wanneer hij er weer uit mag.

  4. Als de pup in de bench zit, mag hij er uit als hij rustig en stil is.

  5. Doe de pup in de bench, geef hem iets lekkers waar hij enkele momenten mee bezig is en laat het deurtje open.

  6. Gebruik gelijk het commando “bench”, of “plaats”, zodat hij leert wat je bedoelt.

  7. Als de pup op het woord ‘bench’ de goede kant op loopt, begint hij het te snappen.

  8. Stuur hem naar de bench met het commando, geef hem zijn lekkers, en doe het deurtje dicht.

  9. Blijf bij hem in de buurt, en doe het deurtje open vlak voor hij klaar is en weer gaat lopen. Ook hier kun je een woordje aan koppelen zodat hij het begin en het eind van de benchsessie leert herkennen. Dit kan “Vrij” of “Toe maar” zijn.

  10. Je kunt nu het deurtje verder sluiten en de lengte van zijn verblijf in de bench gaan verlengen.

  11. Doe het deurtje niet open als hij blaft, piept, joelt of in de tralies bijt. Dat moet je negeren. Duurt het te lang, kun je het best – zonder dat je hond het ziet – een klap op een deur geven, een pan op de grond laten vallen of iets dergelijks. Als hij dan twee tellen stil is, loop je naar de bench om hem eruit te laten. Je hebt de pup dan vermoedelijk iets te lang in de bench gelaten. Ga dus met kleinere stapjes verder.

  12. Zet de bench ’s nachts naast het bed, zodat je de pup goed in de gaten kunt houden.

  13. Als de pup ’s nachts niet meer naar buiten hoeft, kun je langzaam de bench gaan verplaatsen tot hij daar staat waar je hem ook overdag wilt hebben.

Tip 6: Alleen blijven

Een hond moet leren om alleen te kunnen blijven in een leeg huis. Ook hierbij heeft hij hulp nodig. Neem er de tijd voor. Te veel haast kan voor veel problemen zorgen. Een hond die niet goed heeft geleerd om alleen te zijn, kan namelijk gaan blaffen, piepen, joelen; hij kan onzindelijk gedrag vertonen of spullen in huis vernielen.

Tips voor het opbouwen van 'alleen zijn' met je pup: 

  1. Laat de pup wennen aan je huis. Net als jij moet wennen na een verhuizing, zal een pup hier ook tijd voor nodig hebben. De pup zal het huis verkennen en de geluiden leren herkennen, zoals de klok in huis, de verkeersgeluiden of de geluiden van de buren.

  2. Zodra je naar de keuken of wc kunt lopen zonder dat je pup je volgt, kun je beginnen met oefenen.

  3. Gebruik de bench voor het oefenen en gun je pup wat afleiding met een bot, kong of iets anders lekkers.

  4. Zodra je zonder problemen naar andere kamers kunt lopen, kun je de voordeur openen en dicht doen alsof je naar buiten gaat.

  5. Omdat je pup elke vorm van aandacht ziet als een beloning, moet je negeren als hij blaft of piept. Overleg met je buren voor je gaat oefenen. Zij kunnen je waarschuwen als hij gaat blaffen. Maak niet te veel ophef van het alleen zijn; ga dus rustig weg. Te veel heen en weer lopen, schoenen wisselen, sleutels zoeken et cetera maken het allemaal spannender dan nodig.

  6. Verleng de periode pas als je pup dit aan kan. Een hond die blaft of piept terwijl je weg bent, kan nog niet zo lang alleen zijn. Eventueel kun je de hond filmen tijdens het oefenen, zodat je kunt zien hoe het met hem gaat.

  7. Als je de tijd wilt verlengen, maak dan een schema dat varieert ( 2minuten, 4 minuten, 3 minuten, 5 minuten, 4 minuten 7 minuten 5 minuten etc.).

Tip 7: Wandelen

Er is een verschil tussen een wandeling en een plas- of poepmoment. Tijdens een wandeling ziet een pup zo veel dat hij hij soms vergeet dat hij moet plassen. Daar komt hij pas weer achter als hij binnen tot rust is gekomen. Maak dus tijd voor plas/poepmomenten én een wandeling. Ideaal is als hij aangelijnd met je naar een park of bos wandelt en daar zijn omgeving kan verkennen. Hij komt dan in aanraking met andere mensen, met het verkeer en met andere dieren. Pups kunnen nog geen lange wandelingen aan, dat moeten ze eerst leren. Daarom is het heel goed om tijdens een wandeling af en toe even te gaan zitten zodat je pup kan uitrusten en de omgeving verkennen. Een pup mag pas los lopen als hij uit zichzelf naar je toe komt wanneer je hem roept.

Meer weten?

Voor meer advies kun je contact opnemen met onze gedragstherapeute Majori Meijer.

Klik hier voor meer informatie over onze gedragstherapeute Klik hier om direct een contactformulier in te vullen